De Onderstal 4 - 6, 6658 KZ Beneden-Leeuwen

PGS 15

PGS 15

De inpandige opslag en opslag buiten van gevaarlijke stoffen (dangerous goods) dient te voldoen aan de voorschriften zoals opgenomen in de PGS 15. In de PGS 15 zijn de uitgangspunten opgenomen die vanuit de Wet Milieubeheer en de Arbowet van toepassing zijn op de opslag van gevaarlijke stoffen. De opzet van de PGS 15 sluit aan bij het Bouwbesluit door een opslagruimte te beschouwen als brandcompartiment. Omdat een brandcompartiment niet in zijn geheel in een oven getest kan worden, gaat de PGS 15 uit van een beoordeling van de samenstellende gecertificeerde bouwdelen. De PGS 15 is een richtlijn. Daarom mag bevoegd gezag gemotiveerd afwijken van de PGS 15 richtlijn.

ADR classificaties

De classificatie van gevaarlijke stoffen is internationaal vastgelegd in de Europese overeenkomst ADR. De PGS 15 hanteert deze ADR-indeling en neemt in dezelfde methodiek ook CMR-stoffen mee. De categorieën ADR 1 (explosiegevaarlijke stoffen), ADR 7 (radioactieve stoffen) en de meeste infectueuze stoffen (ADR 6.2) vallen echter buiten de werkingssfeer van de PGS 15.

WBDBO 60

Een brandcompartiment moet conform de NEN 6068 een WBDBO (Weerstand tegen Brand Doorslag en Brand Overslag) van minimaal 60 minuten garanderen. Deze WBDBO 60 geldt zowel voor brandbelasting van binnen naar buiten als van buiten naar binnen. Bij een inpandige opslag moet deze WBDBO 60 gerealiseerd worden door toepassing van brandwerende materialen. Bij opslag buiten kan de WBDBO 60 eveneens met brandwerende materialen worden gerealiseerd, maar in plaats daarvan ook door afstand tot gebouwen en erfgrens.

PGS 15 brandcompartimenten

In geval van brand moeten de deuren van het brandcompartiment automatisch sluiten. De zelfsluitende deuren dienen bovendien EI-1-60 gecertificeerd te zijn. Dit certificaat geeft aan dat de deurconstructie bij een vuurbelasting conform NEN 6069 minimaal 60 minuten vlamdicht blijft en dat de gemiddelde temperatuur aan de niet-vuurzijde maximaal 140 °C stijgt. Het automatisch sluiten van de deuren kan worden gerealiseerd door toepassing van smeltzekeringen die bij brand smelten of door kleefmagneten die op de brandmeldcentrale worden aangesloten.

Indien in een brandcompartiment vloeistoffen worden opgeslagen moet er een opvangvoorziening zijn voor gelekte of gemorste vloeistoffen. De opvang moet een capaciteit hebben van 10% van de totale opgeslagen inhoud van de opslagruimte dan wel, als dat meer is, 110% van de grootste in de opslagruimte aanwezige verpakking.

U kunt de volledige tekst van de PGS 15 bekijken door hier te klikken.

U kunt ook contact met ons opnemen voor advies.